Lang geleden, diep in het Sylvanwoud, leefde Elyndor — een jonge draak met schubben zo blauw als de zomerhemel en vleugels die roze gloeiden bij zonsondergang. Terwijl andere draken hun dagen vulden met vuurspuwen en schatbewaken, had Elyndor een andere passie: zoeken.
Hij vond het heerlijk om kleine dingen te ontdekken — glinsterende stenen, vergeten sleutels, oude kaartfragmenten. Op een dag vond hij een verweerde kist met een kompas erin. Zodra hij het opende, begon de naald te draaien en wees naar een plek ver weg, buiten het woud. Op de deksel stond één woord: “Cache.”
Nieuwsgierig volgde Elyndor het spoor. Hij vloog over bergen, rivieren en dorpen, en ontdekte overal kleine schatten verstopt door mensen. Niet om te stelen, maar om te vinden en delen. Zo leerde hij dat geocachen niet ging om goud, maar om verhalen — elk doosje een stukje van iemands avontuur.
Sindsdien reist Elyndor de wereld rond, met zijn kompas in de klauwen en een glimlach op zijn snuit. Waar hij ook landt, laat hij een klein teken achter: een blad met de woorden “ Elyndor was hier.”
